Scheikunde H7.3

Image

Molariteit

Je kan de concentratie van een stof uitdrukken in iets wat molariteitde verhouding tussen het aantal mol opgeloste stof en het volume waarin deze hoeveelheid zit heet, Dit is de verhouding tussen het aantal mol opgeloste stof en het volume waarin deze hoeveelheid zit. Molariteit wordt uitgedrukt in mol L-1 of mmol mL-1.

De formule voor molariteit is als volgt:
Molariteit = hoeveelheid opgeloste stof (mol) / volume oplossing (L)

Er zijn 3 acceptabele manieren om molariteit te noteren (als voorbeeld hiervoor gebruik ik 6.7*10-1 mol azijnzuur ofwel CH3COOH):
1 De molariteit van de oplossing is 6.7*10-1 mol L-1
2 De molariteit van de oplossing is 6.7*10-1 Molair of 6.7*10-1 M
3 [CH3COOH] = 6.7*10-1 mol L-1

Rekenvoorbeeld

Je lost 25g magnesiumchloride, op tot 2,0L oplossing.
a bereken de molariteit van de oplossing
b bereken de concentratie van de magnesiumionen en de chloride-ionen

a Allereerst stel je de oplosvergelijking op:
MgCl2 (s) -> Mg2+ (aq) + 2 Cl- (aq)

Voor ieder Mg2+-ion dat ontstaat tijdens het oplossen, komen er twee Cl- ionen vrij. Je rekent 25g MgCl2 om naar mol, de molaire massa van MgCl2 is 95,211 g mol-1 (U).

25g MgCl2 ^ 25 / 95,211 = 0,2525 mol MgCl2

De molariteit van de MgCl2-oplossing is dan: 0,2525 / 2,0 = 0.13 mol L-1.

b Uit de coëfficiënten van de oplosvergelijking lees je af dat er 0,2626 mol Mg2+ ionen en (2 x 0,2626) = 0,5252 mol Cl- ionen zijn ontstaan. De concentratie van de magnesiumionen en de chloride-ionen is:

[Mg2+] = 0,2626 / 2,0 = 0,13 mol L-1
[Cl-] = 0,5252 / 2,0 = 0,26 mol L-1