Scheikunde H4.3

Image

Moleculaire stoffen mengen

Stoffen die waterstofbruggen kunnen vormen zijn oplosbaar in water en je noemt ze hydrofiel. Stoffen die niet kunnen oplossen in water zijn dus hydrofoob. Een molecuul kan zowel een hydrofiel deel als een hydrofoob deel hebben, des te groter het hydrofobe deel is ten opzichte van het hydrofiele deel geeft ook aan hoe goed het molecuul kan oplossen in water. De oplosbaarheid van een stof geeft aan hoeveel gram van een stof maximaal kan oplossen in 100 gram water met een bepaalde temperatuur. De oplossing is dan verzadigd.

Een ijklijn is het verband tussen een bekende grootheid (meestal temperatuur) en een gemeten grootheid (meestal oplosbaarheid). De oplosbaarheid wordt meestal groter als de stof dichter bij de vloeibare vorm komt. Dit betekent dat als je een vaste stof verwarmt de oplosbaarheid groter wordt en dat het bij een gas precies andersom werkt. Hydrofiele stoffen mengen onderling en hydrofobe ook. In beide gevallen ontstaat er een helder mengsel. Hydrofiele stoffen mengen daarentegen niet met hydrofobe stoffen, als je dit probeert ontstaat er een troebel mengsel die na enige tijd ontmengt.