Scheikunde H3.3

Image

Moleculaire stoffen

Een moleculaire stof is opgebouwd uit ongeladen moleculen. Dit betekent dat een moleculaire stof geen elektrische stroom geleid. Je kan een moleculaire stof een naam geven op basis van de molecuulformule. Dit doe je als volgt:

1  Zet de index van de eerste atoomsoort neerDit doe je door naar de molecuulformule te kijken, bijvoorbeeld: P2O5. Hierbij is de index van P (fosfor) 2 en het voorvoegsel wat daarbei hoort is: di. En als er geen index is gebruik je mono, tenzij je aan het begin van een naam bent. Dan mag je het weglaten.
2  Zet de naam van de eerste atoomsoort neerAls we hetzelfde voorbeeld als hierboven gebruiken is de eerste atoomsoort een P, ofterwijl: fosfor
3  Herhaal voor elke atoomsoort Dit betekent naar de volgende atoomsoort in de formule gaan. In het voorbeeld betekent dat dus naar de O

Bindingen

Een binding tussen twee niet-atomen heet een atoombinding. Een atoombinding bestaat uit twee gedeelde elektronen. Beide elektronen leveren een elektron per binding. Het aantal bindingen dat een atoom kan vormen heet een covalentie. Bijvoorbeeld waterstof (H) heeft een covalentie van 1 dus dat betekent dat het 1 binding met een ander atoom kan vormen. In de structuurformule van een molecuul kan je afleiden welke atomen in een molecuul aanwezig zijn en hoe ze met elkaar zijn verbonden. Om een structuurformule te maken heb je dus kennis over covalenties nodig. De covalentie kan je afleiden uit het periodiek systeem, hier heb je een makkelijk overzichtje:

symbool groep periodiek systeem covalentie
H 1 1
F,Cl,Br,L 17 1
O,S 16 2
N,P 15 3
C,Si 14 4