Spiegelen

Module 1



Hoe kaatst licht terug?

Alles weerkaatst licht, maar je ziet dat alleen als je er naar kijkt. Het licht komt door er naar te kijken in je ogen. De meeste voorwerpen kaatsten licht in alle richtingen terug dit noem je diffuse terugkaatsing. Spiegels daarentegen kaatsen licht in één bepaalde richting terug (Zie deze bron). Hiernaast zie je dat het licht met dezelfde hoek wordt teruggekaatst als waarmee hij op de spiegel valt. Hieruit kan je halen: ∠inval = ∠terugkaatsing. Je kunt daarom de lichtstraal die naar je oog toe gaat tekenen vanaf wat je ziet (het beeld) P. Achter de spiegel moet je de lichtstralen stippelen omdat het geen echte lichtstralen zijn maar virtuele lichtstralen. Wat je achter de spiegel ziet noem je het virtueel beeld.

Holle en bolle spiegels

Met een holle spiegen kun je lichtstralen laten samenkomen in het brandpunt. Dit is een reëel beeld. Met een bolle spiegel vergroot je het gezichtsveld.

Lenzen

Module 3



Hoe breekt een lens lichtstralen?

Een lens heeft aan beide kanten een brandpunt (zie foto). Bolle lenzen hebben een convergerende werking dit betekent dat de lens de lichtstralen naar 1 punt toe stuurt (het brandpunt). des te boller de lens, des te sterker de lens is.

Het brandpunt van een lens


Lenzen en beelden

Met een lens kun je een beeld van een voorwerp maken. Om dit beeld te tekenen gebruikt je de twee bijzondere lichtstralen. De vergroting (N) is de verhouding tussen de groote van het voorwerp (v/V) en het beeld (b/B).

Een tekening van een vergroot beeld