Opbouw aarde

Module 1



Opbouw van de aarde

De aarde bestaat uit verschillende schillen. Hier zijn ze op volgorde van binnen naar buiten:

de binnenkern: De binnenkern bestaat waarschijnlijk uit een mengsel van nikkel en ijzer en is door de hoge druk vast.

de buitenkern: De buitenkern bestaat ook uit een mengsel van nikkel en ijzer maar is niet vast.

de mantel: De mantel bestaat uit drie delen:
     - de binnenmantel: Deze mantel is heel dik (2500km) en is vast.
     - de asthenosfeer: Deze laag is taai-vloeibaar, dat betekent dat een zwaar voorwerp er doorheen kan zakken.
     - de buitenmantel: Deze laag is ook weer vast net als de binnenmantel.

de aardkorst: De aardkorst bestaat uit gesteenten. De dikte v/d aardkorst varieert van 6 tot 35km.

de lithosfeer: De aardkorst en de buitenmantel vormen samen de lithosfeer.

de continentale- en oceanische korst: Dit zijn onderverdelingen v/d lithosfeer, de oceanische korst bestaat voornamelijk uit basalt en de continentale korst uit graniet.

Iets belangrijks is dat de oceanische korst zwaarder is dan de continentale korst waardoor de oceanische korst onder de continentale korst gaat.

Opbouw van de aarde


Asthenosfeer en convectiestromingen

De lithosfeer bestaat uit zes grote en een stuk of tien kleinere platen. De platen drijven op de asthenosfeer. Die platen drijven in stromingen rond (zie foto). Dit vormt een kringloop van vloeibaar mantelmateriaal. Deze kringlopen worden ook wel convectiestromen genoemd. Door die convectiestromen bewegen de platen v/d lithosfeer. Dit heet plaattectoniek.

De convectiestromingen

Plaattektoniek

Module 2



Platentektoniek

Over de hele wereld bewegen aardplaten, deze platen kunnen op verschillende manieren ten opzichte van elkaar bewegen. Platen kunnen:
-Van elkaar af bewegen (divergentie)
-Naar elkaar toe bewegen (convergentie)
-Langs elkaar heen bewegen (transforme)


Soorten plaatbewegingen

Zoals hiervoor al beschreven is zijn er 3 soorten bewegingen: De beweging als twee platen van elkaar af bewegendivergentie,
De beweging als twee platen naar elkaar toe bewegenconvergentie en De beweging als twee platen langs elkaar bewegeneen transforme beweging. Ik ga in deze samenvatting niet in detail over alles van deze bewegingen, maar heb hier wel een heel handig tabelletje wat je kan gebruiken om aan te tonen of iets bijvoorbeeld een divergente beweging is.

handig om te weten:
1 Bij een convergerende beweging tussen 2 oceanische platen gaat de oudste altijd onderop.
2 Bij een convergerende beweging tussen een continentalen en een oceanische plaat ontstaat er een subductiezone waarin een trog ontstaat van zo'n 700m diep, ook kunnen er op de continentale plaat vulkanen onstaan.

Soorten plaatbewegingen

Vulkanisme en aardbevingen

Module 3



Vulkanisme

Op aarde zijn er honderden vulkanen, bij een eruptie komt er magma uit de haard. De haard ligt altijd in de korst, de grootte bepaalt hoe lang de eruptie zal duren en de diepte bepaalt hoe groter de druk is en dus hoe heftig de uitbarsting kan zijn. Zodra de magma het aardoppervlak bereikt heet het lava. Die lava zal daarna afkoelen tot vulkanisch gesteente.

Het grootste deel van de vulkanen ligt aan de rand van een plaat maar er zijn ook vulkanen die niet aan de rand van een plaat liggen, dit komt door de mantelpluimen. Mantelpluimen zijn hete stukken materiaal die van het onderste gedeelte van de mantel naar boven komen, daarna smelten ze door de lithosfeer heen en er ontstaat een vulkaan. Die vulkanen die ontstaan noem je ook wel hotspots, die hotspots drijven langzaam weg en dit herhaalt zich waardoor je een rij van vulkanen krijgt.

Soorten vulkanen

Er zijn twee soorten vulkanen, dit zijn de schildvulkaan en de stratovulkaan. Je kan op basis van steilheid van de vulkaan zien of het een strato- of schildvulkaan is. Stijl betekent stratovulkaan en bijna plat betekent schildvulkaan.

Bij een schildvulkaan stroomt de lava langzaam uit de vulkaan en is de lava ook vloeibaar, dit noem je een effusieve uitbarsting. Bij een stratovulkaan is de lava iets tussen vast en vloeibaar intaai-vloeibaar, en hierdoor vormt het al brokken voordat het uit de vulkaan komt. Door de hoogte van de stratovulkaan is er meer druk die opbouwt voor een eruptie en krijg je een explosieve uitbarsting.

Je hebt ook nog een caldera vulkaan, dit is een variant van een stratovulkaan. Bij een caldera is de top van de stratovulkaan ingestort doordat de magmakamer onder de vulkaan leeg is en inzakt (zie afbeelding).

De caldera vulkaan


Rampen

Door spannng tussen aardplaten kan er beving ontstaan, deze spanning kan ontladen en dan ontstaat er een aardbeving. Bij een aardbeving heb je twee plekken die belangrijk zijn: het hypocentrum en het epicentrum. Het hypocentrum is het punt waar de aardbeving is ontstaan, het epicentrum is het punt op het aardoppervlak waar de aarbeving plaatsnam.

Je hebt ook nog een tsunami, dit is een reactie op aardbevingen in de oceaan. Hieruit ontstaat een schokgolf die het water tot zo'n 1000 km/u kan versnellen! Het water trekt eerst terug en daarna ontstaat er een mega golf die tot wel 30m hoog kan zijn.