AK Leerdoelen H4.2

Image

Leerdoelen

Ga met je muis over de vraag of klik erop op telefoon om het antwoord te zien.

1- Je kunt uitleggen op welke manier grote vulkaanuitbarstingen de temperatuur op aarde kunnen beïnvloeden. als er een uitbarsting plaatsvindt stijgt het vulkanische as de lucht in waardoor het zonlicht weerkaatst wordt. Omdat het zonlicht weerkaatst kan de temperatuur van de aarde een paar jaar 0. 25 tot 1 graden kouder worden. Maar wanneer het as niet hoog genoeg komt heeft het geen invloed.

2- Je kunt uitleggen op welke twee manieren platentektoniek voor verandering van het klimaat kan zorgen. 1- Doordat gebieden met eerst een koude zeestroom te maken krijgen met een warme zeestroom (heeft grote invloed op temperatuur en dus oogsten).
2- Doordat de continenten van elkaar af bewegen.


3- Je kunt uitleggen waarom zonnevlekken iets zeggen over de straling van de zon. Des te meer zonnevlekken des te meer straling omdat die vlekken meer straling veroorzaken.

4- Je weet wat de Milankovitch variabelen zijn. Er zijn 2 Milankovitch variabelen: obliquiteit en excentriciteit. Deze worden in de volgende 2 leerdoelen uitgelegd.

5- Je kunt het begrip excentriciteit uitleggen en je weet welke invloed dit heeft op het klimaat op aarde. excentriciteit is de baan die de aarde om de zon draait. het variabele heirin is de ovaalvormigheid van die baan. Des te meer ovaal des te groter verschil in zomer/winter en andersom.

6- Je kunt het begrip obliquiteit uitleggen en je weet welke invloed dit heeft op het klimaat op aarde. obliquiteit is de hoek van de aardas ten opzicht van de baan van de aarde om de zon. Het variabele hierin is de hoek die tussen 21.5 en 24.5 graden kan zitten. Dit veroorzaakt ook een groter/kleiner verschil in zomer / winter.

7- Je weet op welke manieren er onderzoek wordt gedaan naar het klimaat. 1- Boringen in ijskappen: Hierbij wordt er gekeken naar het materiaal in de grond of in het ijs door een ijskern uit de grond te halen.
2- 14C methode: Hierbij word er gekeken naar de hoeveelheid 14C moleculen in de atmosfeer. De hoeveelheid gaat ongeveer elke 6000 jaar door de helft en hierdoor kan je ver terug de tijd in gaan.
3- Dendrochronologie: Hierbij kijken de mensen naar de jaarringen in de bomen.
4- Pollenanalyse: Hierbij kijken mensen naar oude pollen in de lucht die de verandering van vegetatie kunnen laten zien.
5- geomorfologie: Hierbij kijken mensen naar de veranderingen in de vorm van de aarde (bijvoorbeeld bergen/vulkanen).


8- Je kunt voorbeelden noemen van geomorfologische elementen in het landschap en uitleggen wat dat zegt over het klimaat. De vormen van het landschap zeggen veel over vroegere klimaten, bijvoorbeeld stuwwallen: die geven aan dat er ooit een ijstijd in dat gebied was.

9- Je weet waarom de klimaatgegevens van de afgelopen 10.000 jaar gedetailleerder zijn dan de gegevens daarvoor. Omdat we met technieken als Dendrochronologie tot 10.000 jaar terug kunnen gaan en daarvoor hebben we alleen andere manieren die minder gedetailleerd zijn waardoor de laatste 10.000 jaar heel gedetaileerd is.