Aardijkskunde H3.3

Image

Klimaatklassificatie

In 1918 ontwierp meteoroloog Wladimir Köppen de Klimaatklassificatie van köppen Hierin kan je elke combinatie van neerslag en temperatuur in een specifiek klimaattype indelen. De klimaten worden eerst in een hoofdtype ingedeeld (A t/m E) en soms een subtype (kleine of grote letter).
Die kleine letters hebben allemaal een betekenis:
w = winterdroogte (wintertrocken)
s = zomerdroogte (sommertrocken)
f = geen droge periode (fehlt)

Klimaat soorten

Naam: Tropisch klimaat. Onderverdelingen: Tropisch regenwoudklimaat (Af) en savanneklimaat (Aw). Belangrijke eigenschappen: altijd boven 18 graden en veel neerslag. Belangijkste klimaatfactor(en): breedteligging (dicht bij de evenaar).
Naam: Woestijnklimaat. Onderverdelingen: Woestijnklimaten (BW) en Steppeklimaat (BS). Belangrijke eigenschappen: hogedrukgebieden, duidelijk verschil in zomer-/wintertemperatuur. Belangijkste klimaatfactor(en): breedteligging (rond 30 NB/ZB).
Naam: Zeeklimaten. Onderverdelingen: Gematigd zeeklimaat (Cf) en Middelandse zeeklimaat (Cs). Belangrijke eigenschappen: extreme verschillen tussen zomer-/wintertemperaturen. Belangijkste klimaatfactor(en): breedteligging (rond 60 NB/ZB) maar ook positie ten opzichte van de zee (dichter bij de zee = minder temperatuursschommelingen).
Naam: Landklimaten. Onderverdelingen: Landklimaat zonder droge periode (Df) en Landklimaat met droge periode (Dw). Belangrijke eigenschappen: extreme verschillen tussen zomer-/wintertemperaturen, . Belangijkste klimaatfactor(en): positie ten opzichte van de zee (dichter bij de zee = minder temperatuursschommelingen).
Naam: Poolklimaten. Onderverdelingen: Ijskapklimaten (EF) en Hooggeberteklimaten (EH). Belangrijke eigenschappen: Superkoud. Belangijkste klimaatfactor(en): Hoogteligging (dit klimaat is ook aantrefbaar rond de evenaar).